Barber, Dover Beach

Over Samuel Barber en  Dover Beach,  Opus 3 (1931)

In Dover Beach  toonschildert Samuel Barber de Engelse kust en het zicht op de krijtrotsen van het tegenoverliggende Frankrijk. Barber componeerde het in 1931, tussen de wereldoorlogen. Het gelijknamige gedicht van Matthew Arnold dateert weliswaar van 1867 maar de thematiek sluit beangstigend goed aan bij de wereldoorlogen van de 20e eeuw en is zelfs vandaag de dag nog zeer actueel. Het beschrijft de spanning die er in de 19e eeuw wordt gevoeld tussen enerzijds de snelle ontwikkeling van wetenschap en techniek (Darwin’s On the Origin of Species is in 1859 net verschenen) en anderzijds de wens om vast te houden aan het oude wereldbeeld, waarin het christelijke geloof de hoofdrol speelt.

Arnold beschrijft de onheilspellende, knarsende geluiden die hij hoort als bij eb de zee zich terugtrekt van het kiezelstrand en de aanblik van de kale rotsen overblijft. De zee is hier een metafoor voor het geloof en de dichter is bang dat, als het geloof zich terugtrekt, er een kille en nihilistische toekomst in het verschiet ligt. Voorzag hij de opkomst van de radicale en anti-religieuze ideologieën in de 20e eeuw (communisme en fascisme) en de onvoorstelbare ellende die ze hebben veroorzaakt?

Samuel Barber (1910-1981)  –  Dover Beach  Opus 3 voor bariton en strijkkwartet

Live-uitvoering door het Pythagoras Kwartet tijdens het concert van 6-jun-13. Tip: begin bij 1:35 te luisteren om het stemmen over te slaan  😉

Tekst van Dover Beach van Matthew Arnold

The sea is calm to-night.
The tide is full, the moon lies fair
upon the straits; on the French coast the light
gleams and is gone; the cliffs of England stand;
glimmering and vast, out in the tranquil bay.
Come to the window, sweet is the night-air!
Only, from the long line of spray
where the sea meets the moon-blanched land,
listen! you hear the grating roar
of pebbles which the waves draw back, and fling,
at their return, up the high strand,
begin, and cease, and then again begin,
with tremulous cadence slow, and bring
the eternal note of sadness in.

Sophocles long ago
heard it on the Agaean, and it brought
into his mind the turbid ebb and flow
of human misery; we
find also in the sound a thought,
hearing it by this distant northern sea.

The sea of faith
was once, too, at the full, and round earth’s shore
lay like the folds of a bright girdle furled.
But now I only hear
its melancholy, long, withdrawing roar,
retreating, to the breath
of the night-wind, down the vast edges drear
and naked shingles of the world.
Ah, love, let us be true
to one another! for the world, which seems
to lie before us like a land of dreams,
so various, so beautiful, so new,
hath really neither joy, nor love, nor light,
nor certitude, nor peace, nor help for pain;
and we are here as on a darkling plain
swept with confused alarms of struggle and flight,
where ignorant armies clash by night.